NEO Observatory

NEO Observatory richt zich op het in opdracht van derden uitvoeren van monitoring, vergelijking en analyse van de economie van regio’s, steden en clusters.

Werkwijze

Hoogwaardige regionale data, transparante analyse en samenwerking met verschillende partners vormen de basis van ons onderzoek.

Markten

NEO Observatory richt zich op het in opdracht van derden uitvoeren van monitoring, vergelijking en analyse van de economie van regio’s, steden en clusters.

Nieuws & Publicaties

Hier vindt u de recente rapporten, beleidsstudies en onderzoeksresultaten.

Laatste Nieuws

Rotterdamse economie op weg naar herstel

Rotterdam, 9 maart 2021 

De corona-uitbraak veroorzaakt een kortstondige maar forse krimp van het bruto regionaal product van Rijnmond. Er liggen geen structurele onevenwichtigheden in de economie ten grondslag aan de crisis. In de tweede helft van 2021 treedt gematigd herstel op. Dit is te lezen in een essay van de Erasmus Universiteit en NEO Observatory in de Economische Verkenning Rotterdam 2021 die vandaag is uitgebracht. De kracht van het herstel is onzeker, hangt af van het verdere verloop van de pandemie, het uithoudingsvermogen van ondernemers en de gedragsveranderingen van consumenten. In deze economische verkenning gaan wij uit van de basisraming voor de Nederlandse economie van het Centraal Planbureau (CPB) uit november 2020. De krimp die voor Rijnmond is voorzien in 2020 (-4,8%) is beperkter dan het CBS nu rapporteert (-3%), maar een deel van de krimp is gemaskeerd door maatregelen van de overheid. Het is ook een beperkter krimp dan de grote recessie van 2009 (-7,3%). Juist de consumentendiensten en de horeca, één van de dragers van de economie van Rotterdam in de afgelopen hoogconjunctuur, is sterk getroffen, maar deze herstelt naar verwachting. Daarnaast werken vraaguitval van fossiele brandstoffen, in het bijzonder aardolie, structureel door in de regionale economie. Het herstel op middellange termijn wordt daardoor vertraagd. Investeringen in de structuur van de Rotterdamse economie zijn noodzakelijk. Meer informatie vindt u op de website van de EVR2021 – leest u ook de andere artikelen in de EVR2021!

MKBA Maastricht Aachen Airport: economie voor de maatschappij

Voor het eerst is in Nederland een maatschappelijke kosten-baten analyse over de luchtvaart niet voor een luchthaven of ministerie maar op verzoek van bewoners en belangenorganisaties uitgevoerd. Hierin zijn door LeoBus.nl en NEO-Observatory.nl verschillende alternatieven voor luchthaven Maastricht-Aachen Airport in hoge en lage groeiscenario’s voor de vraag naar luchtvaart onderzocht. Het rapport is beschikbaar via deze link: https://lnkd.in/gg4w-9f
De conclusie is dat Maastricht Airport als vrachtluchthaven en nog meer als vliegveld voor klein verkeer tot 2050 een hogere bijdrage aan de welvaart van Nederland en Limburg zullen leveren dan voortzetting van de huidige luchthaven.
Inmiddels hebben verschillende dagbladen uitgebreid aandacht geschonken aan deze studie: de Volkskrant (https://lnkd.in/gvCTCS4), Trouw (https://lnkd.in/gtaDa_B), en De Limburger (https://lnkd.in/gVpQeB9)

NEO en Leobus.nl in ESB: Steun aan de luchtvaart gebaseerd op oude inzichten

Eind 2018 heeft de Omgevingsraad Schiphol een aantal ´Critical Reviews´georganiseerd voor belanghebbenden en deskundigen over de toekomst van de Nederlandse luchtvaart. NEO Observatory heeft aan één van deze bijeenkomsten een bijdrage geleverd over de relatie tussen luchtvaart en regionale economie. De belangrijkste inzichten uit die bijdrage zijn sindsdien verder uitgewerkt en zijn nog steeds onderwerp van onderzoek door NEO Observatory. Naar aanleiding van de massieve steun van de Nederlandse Staat aan de luchtvaart – veruit het hoogst van Europa – zijn enige van die inzichten gepubliceerd in Economisch Statistische Berichten (17 november 2020): ‘Steun aan de luchtvaart gebaseerd op oude inzichten.‘ De luchtvaart is sinds de jaren tachtig en negentig sterk veranderd. Inmiddels is aangetoond dat in ontwikkelde grootstedelijke regio’s de vraagzijde de ontwikkeling van de luchtvaart bepaalt. ‘Laissez-faire’ is prima mogelijk; het herstelvermogen van de regionale economie hangt af van de kwaliteit van agglomeratievoordelen en ruimtelijke positieve externe effecten in grote steden zelf en niet van steun aan de luchtvaart en fiscaal gunstige arrangementen.

Klimaatbeleid blijft ook tijdens de COVID-19 pandemie relevant om twee redenen

Hoewel de pandemie heeft geleid tot een lagere CO2-uitstoot, wijzen onze berekeningen uit dat dit positieve effect van korte duur is. De uitstoot stijgt in de jaren na de pandemie naar een niveau dat hoger is dan wanneer er geen pandemie zou zijn geweest. De lagere olieprijs is daarvan de oorzaak. Dit blijkt uit onze studie “Assessing short-term and long-term economic and environmental effects of the COVID-19 crisis in France” gepubliceerd in Environmental Resource Economics. Het ThreeME model, dat aan de basis ligt van deze studie, laat ook zien dat gericht klimaatbeleid in de vorm van CO2-beprijzing het economische herstel na de crisis kan versnellen. Ten eerste leidt CO2-beprijzing tot hogere investeringen in energie-efficiënte technologieën. Dit verhoogt de  productiviteit en daarmee de welvaart. Ten tweede ontstaat een vraagimpuls als de opbrengsten van CO2-beprijzing aan huishoudens en werknemers toekomen.

Review Ontwerp-Luchtvaartnota 2020-2050: luchtvaart als privaat belang

Onlangs heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat na enig uitstel de Ontwerp-Luchtvaartnota 2020-2050 ‘verantwoord vliegen naar 2050’ uitgebracht. Op verzoek van de Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast te Rotterdam hebben NEO Observatory en LeoBus.nl een review van deze ontwerpnota opgesteld. Er is onder andere geconstateerd dat de geprojecteerde groei van de luchtvaart tot 2050 voortzetting van het lange termijn groeipad met ruimte voor meer is. Sturing van de luchtvaart door middel van beprijzing en/of hoeveelheidsbeperking wordt losgelaten en wordt overgelaten aan overleg tussen, met name, de Schiphol Group NV en belanghebbenden in de regio. Dit bestuursmodel wordt als ‘groeiverdienmodel’ aangeduid. Regionale overheden (gemeente, provincie) hebben een uitvoerende en adviserende rol in dit model. Hoewel de huidige kennisbasis voor het vormen van beleid toereikend is, stelt de nota desondanks dat er aanvullingen nodig zijn op de MKBA. De uitkomsten van de review zijn in lijn met de recente Toets economische effecten PlanMER 2019 ten behoeve van de Ontwerp-Luchtvaartnota door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.