NEO Observatory

NEO Observatory richt zich op het in opdracht van derden uitvoeren van monitoring, vergelijking en analyse van de economie van regio’s, steden en clusters.

Werkwijze

Hoogwaardige regionale data, transparante analyse en samenwerking met verschillende partners vormen de basis van ons onderzoek.

Markten

NEO Observatory richt zich op het in opdracht van derden uitvoeren van monitoring, vergelijking en analyse van de economie van regio’s, steden en clusters.

Nieuws & Publicaties

Hier vindt u de recente rapporten, beleidsstudies en onderzoeksresultaten.

Laatste Nieuws

Economie Rotterdam-Rijnmond koelt af, arbeidsmarkt krap en participatie stijgt flink.

In samenwerking met de EUR (Erasmus School of Economics en UPT-EUR) heeft NEO Observatory de recente ontwikkeling van de economie van Rotterdam-Rijnmond in beeld gebracht. Deze publicatie heeft naast een korte termijn projectie van de regionale economie voor 2023, aandacht voor de actuele ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf en de woningmarkt tijdens en na corona. Tenslotte wordt de ontwikkeling van Rotterdam-Rijnmond vergeleken met de andere grootstedelijke regio’s in Nederland op een aantal sociaal-economische indicatoren. Het rapport kunt u hier downloaden.

Hoofdpunten: de economie van Rotterdam-Rijnmond koelt naar verwachting af in 2023. De groei van het bruto regionaal product daalt van 4,5 procent in 2022 naar 0,5 procent. In 2021 en 2022 was er nog sprake van een forse toename van het brp van jaarlijks 4,5 procent. Deze hoge groei was toe te schrijven aan de overheidsmaatregelen om de economie te ondersteunen. Deze impuls valt in 2023 weg, maar laat  sporen na, versterkt door de oorlog in Oekraïne en hoge energieprijzen, in de vorm van inflatie en een overspannen arbeidsmarkt.

De werkgelegenheid is sterk gegroeid in Rotterdam Rijnmond. Deze nam in 2021 en 2022 met respectievelijk 2,1 en 3 procent toe en ijlt naar verwachting in 2023 na met een groei 1,4 procent. De werkloosheid daalde in 2022 naar 4,5 procent van de beroepsbevolking, vergelijkbaar met 2019, en komt naar verwachting op 5 procent in 2023. De hoge groei van de werkgelegenheid draagt bij aan een forse stijging van de participatiegraad in 2023. Deze komt op 73,7 procent werkenden van de bevolking 15-74 jaar, terwijl dit in 2019 nog 69,5 procent was. Dit zijn duidelijke signalen dat de arbeidsmarkt in Rotterdam-Rijnmond oververhit is. De structurele werkloosheid blijft in een grootstedelijke regio als Rotterdam-Rijnmond evenwel bestaan. Voorts ontwikkelt de dienstensector zich positief in Rotterdam en, hoewel de cijfers voorlopig zijn, zijn de weliswaar bescheiden agglomeratievoordelen van de Rotterdamse economie die voor 2020 waarneembaar waren, al in 2019 verminderd, maar niet verder aangetast door de corona-pandemie.

 

Werkwijzer luchtvaartspecifieke MKBA’s bevoordeelt uitbreiding van vliegverkeer

In het themanummer Luchtvaart van ESB is een artikel van LeoBus.nl en NEO Observatory opgenomen, waarin duidelijk is gemaakt dat de Werkwijzer luchtvaartspecifieke MKBA’s uitbreiding van het vliegverkeer in Nederland bevoordeelt. Het artikel laat zien dat in alle luchtvaart mkba’s van Schiphol/Lelystad het gemiddeld aantal passagiers per vliegtuig voor het nulalternatief te laag is geraamd, waardoor de baten van de uitbreidingsalternatieven zijn overschat. De werkwijzer luchtvaart specifieke mkba´s van 2021 is hierop niet scherp. De werkwijzer luchtvaartspecifieke mkba´s beveelt voorts een (te) hoge reistijdwaardering aan, die niet consistent is met het luchtvaartprognosemodel AEOLUS van het ministerie van IenW. Daarnaast ontbreken in de werkwijzer waarderingskengetallen voor ernstige geluidhinder beneden 50 decibel, terwijl de WHO 2018 adviseert de gemiddelde geluidbelasting door luchtvaart te beperken tot 45 decibel gedurende een etmaal en 40 decibel in nacht.

Lees meer over deze en andere kritiekpunten op de werkwijzer luchtvaart specifieke mkba´s in ons artikel in de luchtvaartspecial van ESB 4806, 17 februari 2022. Lees ook de andere artikelen. Open daarvoor de volgende link: https://esb.nu/.

Rotterdamse economie sterk door de corona-crisis, maar energietransitie maakt haast door Oekraïne-oorlog.

Rotterdam, 8 maart 2022

De Rotterdamse economie heeft de corona-epidemie uitstekend doorstaan. Vergeleken met de nationale economie en eerdere verwachtingen viel de krimp van het bruto regionaal product mee in Rotterdam-Rijnmond. De sectorstructuur, gevolgd door de financiële steunmaatregelen, zijn daar grotendeels debet aan. De consumentendiensten in Rotterdam ontwikkelden zich positief tot 2020, maar vormden nog geen groot aandeel van de stedelijke economie. Het massa-toerisme, stilgevallen door restricties in de luchtvaart, ontbreekt er. De zakelijke diensten, waaronder ICT, ontwikkelden zich er positief. De werkloosheid in Rotterdam is in 2021 tot een laag niveau gekomen. De vacaturegraad is er verder sterker gestegen. Bij elkaar is het beeld dat de grenzen van de productiecapaciteit ook in Rotterdam in zicht komen. De financiële maatregelen om de economie te ondersteunen hebben effect gehad, maar de afruil is dat de inflatie en vraag naar arbeid sterk zijn opgelopen. Voor de aankomende energietransitie, reeds in 2021 geadresseerd in de Groeiagenda Zuid-Holland, treden daar knelpunten op die om gericht beleid vragen. Herinrichten van de arbeidsmarkt, in het bijzonder een herwaardering van praktische opleidingen met vaste contracten in het vooruitzicht, is onvermijdelijk. Meer informatie vindt u op de website van de EVR2022 – leest u ook de andere artikelen in deze editie van de EVR2022.

Althans, dit was het beeld voor de Oekraïne-oorlog en de boycot van Rusland. Dit drijft de prijzen van fossiele brandstoffen, granen en zonnebloemolie sterk op en vormen een systeemschok,  vergelijkbaar met de eerste oliecrisis uit 1973. Inflatie doet de koopkracht krimpen en renteverhogingen zijn aanstaande. De energietransitie is niet langer vrijblijvend, maar onvermijdelijk. De Groeiagenda Zuid-Holland, een opmaat voor herstel en vernieuwing na de coronacrisis, heeft sterk aan urgentie gewonnen. Investeringen in de structuur van de Rotterdamse economie zijn met het oog op de energietransitie nu noodzakelijk.

MKBA Maastricht Aachen Airport: economie voor de maatschappij

Voor het eerst is in Nederland een maatschappelijke kosten-baten analyse over de luchtvaart niet voor een luchthaven of ministerie maar op verzoek van bewoners en belangenorganisaties uitgevoerd. Hierin zijn door LeoBus.nl en NEO-Observatory.nl verschillende alternatieven voor luchthaven Maastricht-Aachen Airport in hoge en lage groeiscenario’s voor de vraag naar luchtvaart onderzocht. Het rapport is beschikbaar via deze link: https://lnkd.in/gg4w-9f
De conclusie is dat Maastricht Airport als vrachtluchthaven en nog meer als vliegveld voor klein verkeer tot 2050 een hogere bijdrage aan de welvaart van Nederland en Limburg zullen leveren dan voortzetting van de huidige luchthaven.
Inmiddels hebben verschillende dagbladen uitgebreid aandacht geschonken aan deze studie: de Volkskrant (https://lnkd.in/gvCTCS4), Trouw (https://lnkd.in/gtaDa_B), en De Limburger (https://lnkd.in/gVpQeB9)

NEO en Leobus.nl in ESB: Steun aan de luchtvaart gebaseerd op oude inzichten

Eind 2018 heeft de Omgevingsraad Schiphol een aantal ´Critical Reviews´georganiseerd voor belanghebbenden en deskundigen over de toekomst van de Nederlandse luchtvaart. NEO Observatory heeft aan één van deze bijeenkomsten een bijdrage geleverd over de relatie tussen luchtvaart en regionale economie. De belangrijkste inzichten uit die bijdrage zijn sindsdien verder uitgewerkt en zijn nog steeds onderwerp van onderzoek door NEO Observatory. Naar aanleiding van de massieve steun van de Nederlandse Staat aan de luchtvaart – veruit het hoogst van Europa – zijn enige van die inzichten gepubliceerd in Economisch Statistische Berichten (17 november 2020): ‘Steun aan de luchtvaart gebaseerd op oude inzichten.‘ De luchtvaart is sinds de jaren tachtig en negentig sterk veranderd. Inmiddels is aangetoond dat in ontwikkelde grootstedelijke regio’s de vraagzijde de ontwikkeling van de luchtvaart bepaalt. ‘Laissez-faire’ is prima mogelijk; het herstelvermogen van de regionale economie hangt af van de kwaliteit van agglomeratievoordelen en ruimtelijke positieve externe effecten in grote steden zelf en niet van steun aan de luchtvaart en fiscaal gunstige arrangementen.